donderdag, augustus 07, 2014

Woensdag 6 augustus 2014: Sarytog (compleet)

Vandaag staat er een wandeltocht op het programma boven de Sarotog. Relaxte start met ontbijt, beetje kletsen met het Duitse stel. De man met hoogteziekte is er ook, al eet hij nog niets. Wij hebben sinds het eerst in dagen wel zin in. Ik eet een gekookt ei, Jan een gebakken ei, brood, jam en omdat er ook warme melk is maak ik een café au lait met nescafé. Even het blog bijwerken voor we gaan. Wat lezen. Dan lopen. We lopen het dorp door. Vrouwen op het veld snijden gras met een handzeis. Ze binden het in bossen en stapelen die. Vanavond komen ze met de muilezels en dan worden alle bossen weer opgehaald. Ze worden onder daken gestald om als voer voor de winter te dienen. Het is vroeg, de lucht is strakblauw en het is nu al heet. De rivier Sarotog stroomt hier hard naar beneden en komt uit in Iskanderkul. Die stort zich samen met een rivier uit de Yagnob vallei in de Zerafshon die weer naar Samarkand stroomt. De rivier is prachtig helder van kleur, je kunt het water drinken. De omgeving instorting en ligt vol grote rotsblokken. Veel prikkelstruiken. We steken ons eerste houten bruggetje over. Vanaf hier gaat het de berg op en omdat ik mijn stokken niet bij me heb zoek ik een fijne plek in de schaduw bij de rivier. Jan en Nurali gaan samen. Er is geen duidelijk pad omhoog de berg op. Eigenlijk is de route gewoon zo snel mogelijk omhoog. Het is steil. Veel steiler dan gedacht. We stijgen 330 meter. De lucht wordt voelbaar ijler. Als je onderweg bent wil je ook naar de top. Vandaar is er een mooi uitzicht op de Sarotog en het dorp. Dan weer naar beneden. Dat gaat aanmerkelijk sneller. Ondertussen zij. Er bij de rivier drie mannen aangekomen die willen weten wat ik daar doe en waar ik vandaan kom. Praatje maken in een mengsel van Tadzjieks, Russisch, Engels en handen en voeten. Dat gaat toch best aardig. Ze roemen het Nederlandse voetbal, dat we verloren in de halve finale was een ramp en dat die Duitsers weer wonnen ook. Ik ben het natuurlijk helemaal met ze eens. Ze nodigen me uit voor thee, maar dat lijkt me niet verstandig als vrouw alleen bij mannen die ook wodka en bier drinken. Lekker. Lekker blijven zitten dus. Picknicken, pootje baden (koud!) en dan via de andere oever terug. Die is veel steniger. Op weg komen we een vrouw tegen die koeien hoedt. Iedereen wil hier eigenlijk wel een praatje maken. Net buiten het dorpsraad de datcha van een rijke Tadzjiek. De rode puntdaken steken protserig af tegen de bergen. In het dorp ontmoet ik het meisje Soumina die een praatje wil maken en een hand wil geven. Zij en haar zus zorgen voor de ezels. Verder lopen en bijna in de homestay. Er waait een verkoelend windje. We krijgen thee en ik buig me met de gastheer over de kaart van de vallei. Hele verhalen over het leven hier en de rivieren.
We dachten alleen te zijn in de homestay maar er arriveren Zwitsers die niet geboekt hebben. Een echtpaar met twee kinderen, meisjes van een jaar of tien, en een expat. De mannen zijn al jaren vrienden en hebben vroeger samen gereisd. De expat heeft zijn vriend met vrouw en kinderen uitgenodigd voor vakantie in Tadzjikistan. Hij werkt voor de Zwitserse overheid. De andere man werkt bij een bank en de vrouw is apotheker. De kinderen vinden het wel spannend hier. Het is een avontuur. Eten, wij krijgen plov die vanmorgen door ons besteld is. De Zwitsers krijgen de soep van gisteren, wat aangelengd en aangevuld met vlees. Ze vragen ook om plov. Er is duidelijk niet op ze gerekend, dus er komen drie kleine schaaltjes uit de keuken. De plov behoort tot de betere die we gegeten hebben hier. Voor de expat is geen plov meer, maar gelukkig voor hem eet Nurali zijn plov niet op. We hebben de hele dag al het idee dat hij niet fit is. Op de berg had hij 5 minuten stop achter een rots nodig en bij terugkomst in de homestay verdween hij weer richting toilet en slaapkamer. 
De Zwitsers hebben de Anzobpas gereden. Eeder die dag had Nurali ons verteld dat die weg niet meer onderhouden wordt nu de tunnel des doods af is. De tunnel is gebouwd door Iraniërs en in verschrikkelijke staat. Wij willen er niet doorheen. Wij vertellen hem opgetogen dat de pas open is en dat we morgen toch Anzob kunnen rijden. Nurali informeert of de weg over de pas goed is. De mannen lachen. Het is een Tadzjiekse weg! Zij kunnen hem met de Lada rijden, dan moet het met onze auto zeker lukken. Wij zien Nurali wel balen. Hij zegt dat we het morgen wel zien. Dat zet ons op scherp. Zaak om de kaart bij de hand te houden en zelf goed op te letten. We gaan het inderdaad wel zien morgen! Nog wat fruit en vroeg naar bed. Beetje whatsappen met thuis en een glas whisky.