zaterdag, augustus 02, 2014

Zaterdag 2 augustus 2014, naar Istrafshan

Om 7:30 uur gaat de wekker. Douchen, inpakken en ontbijten. We hebben gisteravond alleen om brood en thee gevraagd om niet weer een tafel vol eten achter te laten. Met onze magen gaat het aanzienlijk beter. Het dieet werkt en dat willen we graag zo houden. De eigenaar doet het politieke verhaal van gisteren nog even dunnetjes over, merkt op dat wij in Holland zakjes thee gebruiken en dat dit heel slecht is. Hij drukt ons op het hart zijn guesthouse warm aan te bevelen op het internet. Zijn zoon spreekt heel goed Engels. Dat beamen wij van harte. We rekenen 110 USD af met hem. Dat is netjes, want 120 was de afspraak en wij maakten nauwelijks gebruik van ontbijt en diner. Op zich biedt het guesthouse een goede prijs/kwaliteitsverhouding. Je moet alleen wel tegen de eigenaar kunnen. Nurali arriveert en we stappen de auto in op weg naar Istrafshan. De stad uit komen we eerst door erg vruchtbaar gebied. Veel stalletjes langs de kant van de weg. Meloenen, tomaten, uien, fruit. Op de velden rijst, katoen, mais en aardappel. Er staan wat hutjes in het veld te bakken onder de snikhete zon. De mensen zijn hier arm. Het eerste deel van de rit is dus groen. Dan volgt een heel dor stuk. Er staat een dorp in een heel kaal landschap. Waar die mensen van leven vraag ik me af. Er groeit niets. Veel Duitse wagens op de weg. Mercedes is hot. We tanken en merken op dat de benzine hier best duur is. Een liter benzine kost 5,3 sumoni, dat is meer dan 1 USD. Nurali vertelt wat over zichzelf. Zijn vrouw is zwanger van het eerste kind dat in oktober verwacht wordt. Ze is lerares biologie op dezelfde school waar hij in de winter Tadzjieks geeft. Hij vertelt over de corruptie hier. Op basis van je kentekenplaat wordt je aangehouden om geld af te troggelen. Ook bij de grensovergangen moet er altijd betaald worden. We passeren de boog die toegang geeft tot de Zerafshan regio. Ondertussen wordt er druk gebeld en gezocht naar het hotel. Of wij het hotel hebben geselecteerd? Nee. Langzaam wordt duidelijk dat het hotel de deuren gesloten heeft. Dan bellen naar de tweede optie. We rijden achteraf straatjes in over onverharde wegen. Waar komen we nu weer terecht? Uiteindelijk komen we op een binnenplaatsje waar druiven groeien in een tuin met veel houtsnijwerk. Er staat een appartementencomplex. We worden naar de vierde etage geloodst. Het appartement heeft een zit-slaapkamer met een joekel van een televisie, redelijk sanitair, een tweepersoons slaapkamer met een groot crèmekleurig opgemaakt hemelbed. Wij keuren het geheel goed. Nurali wil even rusten en wij nemen de boekjes door. Eerst naar de bazaar en dan lunch. We stoppen in Lenin Street. Zouden alle straten waar een bazaar is naar Lenin genoemd zijn? In Lenin Street staan een twaalftal lage huizen waarin vaklui aan het smeden zijn. Dat gebeurt hier al eeuwen. Istrafshan is een ambachtsstad. Er worden messen gemaakt maar ook hoefijzers, zeisen, bijlen, rieken en breekijzers. Ook blikbewerking. Afzuigkappen en blikken wastafels. Nurali wil graag een mes kopen voor zijn vader. Overal worden we genodigd om te komen kijken. Mooi om te zien. Dan de bazaar op. Heksenketel. Wij zijn een bezienswaardigheid. Overal breed lachende mensen, zwaaien, nieuwsgierig waar we vandaan komen. Als wij "Hollanda" zeggen zeggen zij "Van Persie". Mensen zien hier weinig westerse toeristen. Welkom in ons land! Wat een bedrijvigheid weer hier. Alles dat je kunt bedenken is hier te koop. Van shampoo tot gedroogde yoghurtballetjes die ze hier "Kurut" noemen. Ze hebben het allemaal. Een enorme hal met alleen maar uien. Kramen met verse honing. Snoep dat er uitziet als kristallen. En veel mensen willen op de foto. We zien hier redelijk wat vrouwen met doorgetrokken wenkbrauwen. En de nodige gouden tanden. Bij de rozijnenkraampjes krijgen we rozijnen cadeau. Een jongen vouwt een papieren bloem voor me. Ik sluit ze Tadzjiekse mensen in Istrafshan in mijn hart. Wat een vriendelijkheid!
In de auto naar Kok Gumbez wordt er weer druk naar de weg gezocht. Wat hobbelige staatjes, kleine steegjes en dan zien we opeens de blauwe koepel van de moskee. Die blijkt niet meer in gebruik te zijn. Er rennen kinderen rond. Binnen is niet veel te zien, maar de buitenkant is erg fraai. Dan Mug Teppa. Dat is een fort dat verlaten is. Het origineel komt uit de 16e eeuw, maar het geheel is in 2002 gerestaureerd, ofwel geheel vernieuwd, voor het 2500 jarig bestaan van de stad. Er lopen vier zwerfhonden rond. Bovenop het fort is er een prachtig uitzicht over de stad heen. Onderweg belt Saidali. Misschien dat er iemand naar Osh rijdt om onze bagage op te halen, maar dat is nog niet zeker. Ik hoop dat de bagage, die vanavond zou moeten vertrekken uit Istanbul, ook daadwerkelijk in het vliegtuig geladen wordt. Maar ik heb er een hard hoofd in. Ondertussen was ik iedere dag mijn ondergoed uit met shampoo. Gelukkig is droogt het wel snel hier...
Terug in het guesthouse werk ik het reisdagboek bij. Als ik nou maar eens WiFi had om deze verslagen te versturen.. Het guesthouse biedt geen ontbijt of diner. Vanavond dineren we met thee, noten en watermeloen!