Woensdag / Donderdag 30-31 Juli 2014 AMS-OSS-Khudjand
En dan ineens is het zover. Onze reis naar Tadzjikistan begint. Marilja en de kinderen passen vier weken op huis, haard en net geopereerde hond en wij stappen in het vliegtuig voor een nieuw avontuur. De eerste vlucht naar Istanbul vertrekt een half uur te laat. Veel mensen met veel handbagage. Er probeert een man te boarden met vier koffers handbagage, terwijl hij al 93 kilo heeft ingecheckt. Stampij als hij moet bijbetalen. Als we eindelijk om 19:30 uur in Istanbul arriveren hebben we ons allebei al een meer afgelopen afgevraagd of het wel goed gaat met de bagage. Enigszins gerustgesteld omdat de captain van de tweede vlucht meldt dat we wat later vertrekken omdat er nog cargo glazen wordt laten we ons de comfortabele stoelen in het vliegtuig bevallen. Beetje proberen te slapen want het is een lange reis. Op deze vlucht ander publiek. Ze sjouwen twee keer zoveel mee. Hele families en behalve een klein clubje toeristen allemaal nogal religieuze Centraal-Aziaten. Die laten zich niet zomaar vertellen wat te doen. Dringen. Telefoons die tijdens de vlucht aanblijven. Stoelen die niet op aangeven recht worden gezet en als de landing wordt ingezet kun je best nog even de benen strekken, een blikje cola halen en het tafeltje uitklappen. Niet te sturen voor de cabin crew, die het dan ook maar laat gebeuren. We landen om iets over vier locale tijd in Osh. Een bus brengt ons 150 meter verderop naar het ontvangstgebouw. Een sovjetblok met een opvangruimte waar iedereen dringt om een stempel in het paspoort. Het is weer een enorme drukte. Het lijkt wel alsof er geen enkele controle is. Iedereen wil eerst. De Kirgizische officials zij. Nog precies zoals ik me dat herinner van tien jaar geleden. Petten met de omvang van een kleine vliegende schotel. Strenge gezichten. Het is elke keer net alsof ze de procedure voor de kerst keer volgen. Vriendelijk blijven, lachen. Salaam, Ragmat. Stempel in het paspoort. Volgende ruimte. Bagage halen. De ruimte wordt het best beschreven als een zaaltje met een twee openslaande deuren. Geen stoelen. Er komt een lorry aanrijden met de eerste vracht bagage. De bagage wordt door een paar mannen vanaf de lorry, door de openslaande deuren in het zaaltje geflikkerd. Enorm gedrang. Iedereen stort zich op tassen, zakken, doen en koffers die het zaaltje ingeslenterd worden. Graaien om wat van jou is te bemachtigen. Totale chaos. Heksenketel. Alleen: geen zwarte tassen met onze backpacks. Het zou toch niet.... Tweede lorry. Zelfde verhaal. Onze bagage zit er niet bij. We hebben nog een beetje hoop dat er nog een derde lorry komt maar de officials stellen ons teleur. Of we ons willen vervoegen bij het "lost en found" loket om daar de bagageclaim te registreren. Twee Duitse dames die ook in Istanbul instapten zijn ook niet compleet. De reisleider van een ander groepje heeft ook problemen. Zijn chauffeur is niet komen opdagen en hij mist bagage. Wij besluiten de handbagage door de scanner te laten gaan en richting aankomsthal te lopen. Dat is nog niet zo eenvoudig. Iedereen probeert zijn bagage met een noodgang door de scanner te duwen. Ik besluit ook te dringen en wurm onze handbagage door de x-ray. Voor de vorm, want we hebben niet de indruk dat er iets bekeken wordt op het scherm. Hier geen lichaamsscans geen controle. In de aankomsthal is nog meer gedrang omdat de menigte daar opgevangen wordt door familie en vrienden. Wij ontdekken een bordje met onze namen erop in de menigte. Nurali is een man van 28 jaar. Vlot, spreekt redelijk goed Engels. We vertellen hem dat onze bagage mist. Het "lost and found" loket is gesloten. Na wat van het kastje naar de muur te zijn gestuurd komen we na wat omzwervingen uit bij een donker gebouw. De deur gaat echter open en in het donker zit een bewaker op een stoeltje. Hij stuurt ons naar de tweede etage. Daar brandt licht in een kamer. Er zit een juffrouw van Turkish Airlines die niet onder de indruk is van ons verhaal. Ze checkt, ziet dat onze bagage in Istanbul is achter gebleven en zegt dat de bagage zondag morgen vroeg aankomt in Osh. Dan kan het door een taxichauffeur bezorgd worden. Fijn dan. Wij melden dat we geen tijd hebben om te wachten en dat we dan reizende zijn in Tadzjikistan. O. Nou, dan moet ze het precieze adres hebben. Kopieën van bagagestickers, paspoorten en een beschrijving van hoe de bagage er uit ziet. De taxichauffeur die zondagmorgen op weg moet met onze bagage krijgt Nurali's telefoonnummer zodat hij ons kan vinden in Pangekent. Hopen we. We rekenen het restant van de reissom af met Nurali en lopen naar de jeep. Een terreinwagen van al wat jaartjes oud. Jan: een V6 automaat 4WD. Die moet ons over de slechte wegen in het land rijden. Er zit een grote barst in de voorruit maar dat deert niet. Met enige vertraging dus onderweg naar Khudjand. Buiten Osh zien we een soort maanlandschap. Dor, droog, hier en daar steppe-achtig. Kaal. We ontbijten in een tentje langs de kant van de weg. Er komt versgebakken brood en thee. Ik kondig aan dat ik geen vlees eet. Er komt iets van pasta, tomatensaus, met rijst en bulghur èn vlees. Twee jonge meisjes maken de ontzettend ongezellige ruimte schoon met een groezelig doekje. Na de maaltijd is het tijd voor het eerste toiletbezoek. Het toilet staat aan de overkant van de straat in een park achter een hospitaaltje. Het is een gebouwtje met drie deuren. Mannen aan de achterkant vrouwen aan de voorkant. Het toilet beantwoord aan mijn ergste nachtmerrie. Gaten in de grond, te smerig voor woorden. Ik kokhals tien keer en verman me. Dit is realiteit. Ik ga dit hier overal tegen komen. Deal ermee. En als je moet..... Gelukkig wel meteen obstipatie. En mijn plastuit ligt nog in Istanbul.De chauffeur weet wat minder goed de weg te weten als gehoopt. Al snel blijkt dat het de tweede keer is dat hij ons eerste gedeelte van de reis doet. We denken dat hij voor voornamelijk tussen Dushanbe en Murghab reist. Pamir Highway dus. Een hoop gewegvraag. Soms om de 500 meter. De bewegwijzering is ook minimaal. Nurali is vooral bezig met te zorgen dat we niet in een of andere Oezbeekse enclave terecht komen. Dan komen we aan in Kyzyl Bel. Hier is de grens. De Kirgizische grenspost is soepel. We hebben de indruk dat er hier weinig westerse toeristen komen. Iedereen wil weten waar we vandaan komen. Een douanebeambte meldt trots dat hij ooit op Schiphol is geweest, tijdens een transfer naar Amerika. We gaan lopend het land uit. Tweehonderd meter verder is de Tadzjiekse grens. Hier geen grote petten maar wel serieus uitziende soldaten. Toch gaat het redelijk vlot. Stempels en een registratieformulier dat we bij uitreis weer moeten maten afstempelen. En dan rijden we Tadzjikistan in. We kijken elkaar aan en lachen. Alle ei blij dat we hier zijn. Allereerste indrukken tijdens het rondrijden: richting Isfara ziet het er redelijk verzorgd uit. Mensen zijn vriendelijk en helpen graag als Nurali de weg vraagt. Dat gebeurt nogal eens. Nurali vindt het zelf ook vervelend en verontschuldigt zich steeds. Zegt moe te zijn en slecht geslapen te hebben de avond ervoor. Lunch in Isfara. Enorme bedrijvigheid in de stad. Markten, stalletjes veel verkeer en best goede auto's. Geel volkswagens en mercedessen. Kleurrijke dames, vrolijk en goed verzorgd. Veel gouden tanden. Het lijkt hier niet zo streng in de leer. In het restaurant is het druk. Mensen zitten op banken met kleden. Eten shaslicks, salade en brood. Wij drinken thee en Ik eet bonenpuree, wat frietjes en pasta. Jan probeert een shaslick met brood en een paar stukjes tomaat. Hij heeft rijst met bulghur erin. Was niet geweldig, shaslick OK. Nurali eet een paar happen en een stukje brood. Het eten smaakt hem niet. We pinnen onze eerste sumoni. 1000 sumoni is ongeveer 200 USD. Dan rijden. Het is aanmerkelijk warmer hier. Langs de weg veel producten. Meloenen, tomaten, gedroogde vis. Veel benzinestations. Op de velden zijn veel mensen aan het werk. Er wordt goed geïrrigeerd hier. We zien mais, katoen en rijst. Er groeit kool, graan en aardappelen. We komen langs een enorm meer met bergen op de achtergrond. Mooi gezicht. Dan wordt het drukker op de weg en komen we in Khudjand. We worden binnengeloodst door de eigenaar. Beetje patriarchale vent. Soort van Basil Fawlty maar dan Tadzjieks. Schoon westers toilet, wel gedeeld. Maakt ons niet uit!De douche bij onze kamer, die wel wat weggeeft van een balzaal, werkt niet. Iets met de leidingen. Over een paar uur gefikst zegt de eigenaar. We gaan wat slapen en Nurali gaat naar een ander hotel. Hij is niet lekker. Wij gaan voor het slapen gaan nog even aan de whisky. Ik slaap vast en diep tot de wekker gaat. Eten. De familie is terug van een bruiloft en bereidt Plov, het nationale gerecht. Rijst, ui, wortel en kijkersvragen. Het is lekker. Er zit wat rundvlees bovenop dat ik laat liggen. Verder tomaten en komkommer die in schoon water gewassen zijn volgens de eigenaar. Thee en (oud) brood. Lekker gegeten. De vader voert zijn zoon op. Die spreekt goed Engels, geleerd op een private school. Hij studeert telecommunicatie op de universiteit hier. Aardige jongen, geïnteresseerd en redelijk kritisch over de politieke situatie. De zus heeft een tweeling van drie, jongens. Prinsjes van het huis. Opa verwent ze nogal denk ik. Oma komt er ook aan. Zij kookt en verzorgt het huis. Ze sleept kussens mee zodat we comfortabeler zitten op de bedbank. Moeder is professor aan de universiteit. Vader had vroeger een snoepjesfabriek en runt nu het guesthouse. God gesitueerde familie. Een kamer kost 30 USD p.p. met ontbijt en diner. Tegen 21:30 naar bed. De douche werkt! Ik slaap als een baby. Vuurwerk niet gehoord.Nurali gaat naar een ander hotel. Hij is niet lekker. Wij gaan voor het slapen gaan nog even aan de whisky. Ik slaap vast en diep tot de wekker gaat. Eten. De familie is terug van een bruiloft en bereidt Plov, het nationale gerecht. Rijst, ui, wortel en kijkersvragen. Het is lekker. Er zit wat rundvlees bovenop dat ik laat liggen. Verder tomaten en komkommer die in schoon water gewassen zijn volgens de eigenaar. Thee en (oud) brood. Lekker gegeten. De vader voert zijn zoon op. Die spreekt goed Engels, geleerd op een private school. Hij studeert telecommunicatie op de universiteit hier. Aardige jongen, geïnteresseerd en redelijk kritisch over de politieke situatie. De zus heeft een tweeling van drie, jongens. Prinsjes van het huis. Opa verwent ze nogal denk ik. Oma komt er ook aan. Zij kookt en verzorgt het huis. Ze sleept kussens mee zodat we comfortabeler zitten op de bedbank. Moeder is professor aan de universiteit. Vader had vroeger een snoepjesfabriek en runt nu het guesthouse. God gesitueerde familie. Een kamer kost 30 USD p.p. met ontbijt en diner. Tegen 21:30 naar bed. De douche werkt! Ik slaap als een roos. Het vuurwerk hoor ik niet!



0 Comments:
Een reactie posten
<< Home