woensdag, augustus 20, 2014

Dinsdag 19 augustus 2014: Keng Shiber - Kok Jigit

Vannacht toiletbezoek. Geen favoriete bezigheid in de kou, maar wat een mooie sterrenhemel is er hier op deze hoogte. Bij een volle maan zou je hier denk ik gewoon een vorm van verlichting hebben. Snel weer onder de dekens want het is ijskoud buiten. Het vriest. We hebben, ondanks de harde matrasjes redelijk geslapen. Vanmorgen vroeg buiten kwam de zon net over de bergtoppen heen piepen. De bergtoppen glinsteren in het vroege zonlicht. Schoonheid op een zo verlaten plek. De dochter des huizes komt de kachel opstoken. Ze is erg nieuwsgierig naar wat we van het land vinden en hoe Nederland is. Zij vindt het leven in Keng Shiber maar saai. Ze heeft een jaar Engels geleerd in Khorog maar dit jaar was daar geen geld voor. Alhoewel wij de schoonheid van deze verlaten plek wel kunnen waarderen moeten ook wij er niet aan denken hier te wonen. Het vroor vannacht al zo dat het oppervlaktewater overal bevroren is.  Het water in het handenwasemmertje was een dikke laag ijs. De dochter is ook nieuwsgierig naar onze banen en vraagt hoeveel we verdienen. Dat is moeilijk te relateren naar Tadzjiekse maatstaven antwoorden wij. Natuurlijk is de levensstandaard in Nederland hoger, maar ook in ons land moeten mensen hard werken voor hun inkomen en ook in ons land is er armoede en werkeloosheid. Ontbijt met rijstpap, thee en brood en dan richting Kok Jigit.  De marmotten zijn heel actief in de ochtend. We zien er tientallen, best groot en ze scheuren als gekken heen en weer. Als je denkt dat je een foto kunt maken schieten ze een hol in. Je kunt ze niet eten, het vlees stinkt zegt Nurali. We zien regelmatig schedels en hoorns van Marco Poloschapen tegen. Ze zijn groot en zwaar. De levende zien we helaas niet, daarvoor moet je nog hoger de bergen in. Het schijnt dat buitenlanders in de winter voor veel geld mogen jagen op de dieren. Zal een permitsysterm zijn, want de dieren zijn eschermd. De jagers overnachten in jagerskampen als Keng Shiber en Jarty Gumbez. Op het zand groeien een soort heidepollen die net als lavendel verhouten. Deze pollen worden gestoken en gedroogd en dan dienen ze als aanmaakhout in de kachel. Er moeten behoorlijke hoeveelheden opgeslagen worden, want winters zijn hier hevig en lang. Als de haard eenmaal aan is worden er yakdrollen in gelegd. Goede brandstof. De drollen liggen buiten in grote stapels opgestapeld. Het landschap is weer totaal anders hier. Droog, die pollen en desolaat. Overal torenen de besneeuwde pieken van de kleine Pamir boven ons uit. We ijden hier hoog, op het dak van de wereld. Onderweg stoppen we bij een klein yurtkamp om de toiletspullen die we in Atlas kregen cadeau te doen. Scheercreme, tandenborstels, tandpasta, zeep, shampoo. De kinderen krijgen kleurboekjes en potloden. Zo af en toe komen we een paar eenzame yurts tegen en kuddes yaks, geiten, schapen en zefs wat koeien. We stoppen bijwagen tombes en een mausoleum van zandsteen. Oude gebouwen, niet meer helemaal intact. Om de hoek van de berg ligt Jarty Gumbez. De heetwaterbron is bezet dus duiken we een yurt in voor thee en lunch. Gebakken aardappel. We delen ballonnen uit, kijken hoe er brood wordt gemaakt in de tandooroven. Daarna is het nog een uur rijden naar het herderskamp dat in NP Zor Kul ligt. Onderweg zien we verschillende meren die ontstaan zijn uit voornamelijk smeltwater. Heel helder. Het yurtkamp bestaat uit een zevental yurts en een soort stenen gebouwtje. Wij slapen in de yurt, die gelukkig wel een kachel heeft. Houtjes en yakpoep genoeg constateren wij. 's Morgens valt de temperatuur wel mee in dit gebied, maar in de middag neemt de wind sterk toe en dan is het koud. Met de wind wordt ook veel zand en stof verplaatst. In de middag zien we vooral veel vrouwen de was doen in beken en kinderen spelen en water halen. Aan het begin van de avond komen de mannen met het vee terug uit de bergen. De yaks worden vastgezet bij het kamp, de schapen en geiten worden in een met plaggen gebouwde omheining gesloten. Er lopen een stuk of vijf enthousiaste honden omheen, die uiteindelijk allemaal hun eigen beschutte plekje kiezen. In de winter zijn hier wolven. Die eten behalve marmotten ook graag een geitje. 's Middags maken we een ronde door het kamp, maar we zijn ook veel binnen door de kou en de wind. We hebben wat last van de hoogte. We zitten boven de 4200 meter. Vooral rustig aan doen, elke inspanning kost meer energie. Het toilet hier is een driekantige omheining van wat plaggen en die reikt tot de navel. Twee metalen plaatjes die wat doorzakken als je er op gaat staan boven een gat. Het hele nederzettinkje maakt er gebruik van. Vrouwen gaan in groepjes zodat overduidelijk dat het toilet bezet is. Tussen toilet en yurt in ligt een geïmproviseerd volleybalveld. Gastheer Amin en zijn vrouw hebben, zover wij kunnen waarnemen, twee grotere dochters van 17 en 15 en drie kleine jongens. Een van de dochters heeft in Osh geleerd om onderwijzeres te worden vertelt ze. Dan krijgen we thee en rijst. Gerrie voelt zich niet goed. Last van de hoogte en van buikloop. We proberen wat te slapen maar dat lukt niet goed. Keer op keer uit bed en door de kou naar het toilet. De kachel wordt steeds goed opgestookt in de yurt maar in de nacht is het koud en de yurt niet optimaal geïsoleerd. Voor de zekerheid leggen we onze luchtbedjes onder een matrasje en kruipen we in onze slaapzakken met een dikke deken er overheen. Voordeel van veel naar buiten gaan in de nacht: de sterrenhemel is indrukwekkend hier!