woensdag, augustus 20, 2014

Maandag 18 augustus 2014: Langar - Keng Shiber

De nacht was kort. Het is druk in de homestay. Veel gepraat tot laat in de avond en een nachtelijk toiletbezoek waarbij er al filevorming is voor het toilet. Kort daarna gaat de wekker al. Inpakken, wat opfrissen met een de-makeupdoekje en aan het ontbijt met het Oostenrijkse stel dat met ons meerijdt tot de Matspas. Ze denken er drie dagen over te doen. We ontbijten met gebakken eieren en brood. Nurali kan zijn bed slecht uitkomen. Heeft slecht geslapen en last van zijn maag. We gaan drie kwartier later weg als gepland. Het weer is helder, we hebben een prachtig uitzicht over de Hindu Kush. De zon schijnt op de besneeuwde toppen die glinsteren in het zonlicht. We kunnen alle bergtoppen zien vanmorgen, de hele bergketen, vooral als we boven komen. Onvermijdelijke fotostops. We stijgen naar ca. 3000 meter en dan komen we de UK-fietser Kim weer tegen. Die is gisteren al onhoog gereden en heeft onder een overhangende rots gekampeerd. Vandaag wil hij naar Alichur fietsen. Dat is 108 kilometer zegt hij. Wij vinden het weer een spannende onderneming. We komen hier weinig mensen tegen. Bij de kruising nemen we afscheid van de Oostenrijkers die het pad omhoog gaan volgen. Wij rijden een stukje verder en verlaten langzaam de Wakhanvallei. We buigen linksaf richting Kargushpas. Het landschap verandert sterk. Kale bergen, veel minder groen. Geen dorpjes. Voor de start van de pas is er een checkpoint bij een legerbasis. Paspoorten worden gecheckt, wij nemen stiekem foto's. Er wordt nog even gekeken of we geen wapens achterin de auto hebben liggen. Nurali maakt er een grapje over. Het lijkt iets beter te gaan met hem. Aan de Afghaanse zijde zien we kamelen en boven op de bergkam zien we mannen op paarden rijden. Op bepaalde punten is de rivier (de Pamir) erg smal en is de afstand met Afghanistan heel erg klein. We komen op de Pamir Highway terecht richting Alichur, maar buigen al snel af richting Bulunkul. 16 kilometer zegt het bordje. Er zijn meerdere meren in de omgeving te zien, waaronder een zout meer. De meren liggen er spiegelglad bij in een kaal, bergachtig landschap. Bij Bulunkul ligt een dorpje met witte betonnen huizen. Yashil Kul is blauw, intens blauw. Het is een prachtig gezicht in een landschap dat zo desolaat is. We rijden dezelfde weg terug naar de M41 en dan is er even telefoonbereik. Snel wat whatsappen en een blogje posten. In een soort diner in Alichur lunchen we met laghman, een soort soep met noodles. Nurali is benzine halen maar blijft wel lang weg. Hij heeft hier veel bekenden wonen omdat hij hier in de winter les geeft. Wij moeten er niet aan denken. In de winter is het hier met gemiddeld twee meter sneeuw bedekt en tussen de -30 en de -40 graden. In de buurt van het restaurantje is een vismeer. Na de lunch rijden we door naar Keng Shiber. Rechts van de M41 een zijweggetje in en dan hebben we ineens weer uitzicht op de witte toppen van de Alichur Range, die zo'n 5000 meter hoog zijn. Het lijkt wel een maanlandschap. Verlaten, maar met een enorm krachtige schoonheid. Rauw, alsof door iedereen verlaten. Dat is niet zo, want we zien hier en daar wat vee en ook veel marmotten en een haas. Er wordt hier in de winter veel gejaagd. Vlees, zuivel en brood zijn hier de voornaamste voedingsmiddelen. Verse groenten of kruiden groeien hier niet. Te heet in de zomer, te woestijnachtig, te koud in het najaar en in de winter. Bij Keng Shiber aangekomen worden we ontvangen door een familie die hier alleen woont. Er staat een betonnen hoofdgebouw, een yurt en een bijgebouw in aanbouw. Of we in de yurt willen slapen. "Waar het het warmst is", zeggen wij. De yurt ziet er koud uit, er is geen verwarming en het waait er ook nog eens stevig door allerlei kieren. Wij verdenken de yurt er gewoon van voor toeristen neergezet te zijn. Dan slapen we toch liever in het betonnen gebouwtje met de kachel. Dan maar wat minder idyllisch. Binnen wordt de kachel aangestoken met yakdrollen. Het waait behoorlijk buiten en we zijn blij dat we binnen zitten. Het voelt erg koud. De kachel rookt een beetje omdat het zo waait, dus we drinken thee in de yurt. IJzig koud. De wind blaast aan alle kanten doe de wanden heen. Na de thee lopen we een klein rondje en gaan we wat rusten. We voelende hoogte, we zitten hier op 4000 meter. Morgen zullen we nog meer stijgen. Als de kachel langzaam dooft wordt het ook binnen weer heel koud. Tijdens het eten gaat hij weer aan. We eten macaroniachtige plov met wortel en ui. Na het eten gaat iedereen hier slapen dus wij ook. Twee matjes op de vloer, een stapeltje dekens er overheen voor de warmte. We hebben het al snel warm!