maandag, oktober 11, 2004

11 oktober 2004

Beetje uitslapen, uitchecken in het hotel, de bagage opslaan en met de taxi de stad in. We laten ons afzetten op de hoek bij China Post, vanwaar we een plek zoeken om te gaan ontbijten. Uiteindelijk belanden we bij een semi zelfbediening Chinees. Het werkt heel simpel. Je loopt langs allerlei counters waar gerechten op staan, je wijst dingen aan die vervolgens op je bestelbonnetje worden gezet en gaat weer naar je tafeltje. Daar begin je aan de eerste van de sloten thee die volgen gaan en wacht je op je eten.



Ook in dit restaurant werkt een Edgar. Hij mag zijn nagels wel eens knippen en zijn jasje ook verschonen, maar verder is hij niet onaardig. Hij blijkt engelse les te hebben bij een school in Urumqi. Zijn leraar heet Tony, lezen we op een kaartje dat hij bij zich heeft. Hij oefent zijn Engels op ons en andere gewillige slachtoffers door middel van kaartjes die hij bij zich heeft. Hij wijst dingen aan en vraagt de namen in het Engels. Of we dat dan even op willen schrijven. Hij stoort zich niet te veel aan het eten dat ondertussen ook op onze tafel worden gezet. Hij kletst gewoon door, en wij proberen eten en het uitleggen van wat engelse dingen te combineren. We eten kleine porties koude noodles met wat lauw vlees, geroerbakte nasi, wat dim-sum, twee kipspiesjes, abrikozen en watermeloen als ontbijt. Niet alles is een succes, maar er zitten dingen bij die we erg lekker vinden. Als we dan ook nog maar eens 27 yuan hoeven af te rekenen besluiten we hier vanavond weer heen te gaan. Als we dat aankondigen bij Edgar zegt hij "I like Holland very much. I like you very much". Zo is dat. Wij maken vrienden.

Richting museum. Als we daar aankomen ziet het er uit alsof we op de verkeerde plek zijn. Het is verlaten en vervallen. Ergens in een hekwerk ontdekken we een opening. Daarachter staat een bord met een pijl. Het zal toch geen verwijzing zijn? Toch wel! Via de pijlen komen we bij een noodgebouw. Buiten zit een groep kwebbelende vrouwen en wij lopen naar binnen. We worden direct teruggewezen naar de kwebbelaars die kennelijk een ticketoffice runnen. Op zich een interessante tentoonstelling in het Xinjiang Autonomous Region Museum. Het museum herbergt de opgravinden van de 13 volken die ooit in Xinjiang hebben gewoond. Er zijn diverse opgravingen uit de tijd van de oude zijderoute te zien, maar de hoofdtentoonstelling bestaat uit een aantal goed geconserveerde mummies die in de diverse tombes in oude steden zijn ontdekt. Enkele daarvan zijn al 4000 jaar oud. Er blijken meer toeristen te zijn. Er loopt een groep Amerikanen rond met een A4-tje quizvragen rond. Wie er doorging voor de koelkast zijn we niet te weten gekomen. Het winkeltje heeft een aantal boeken die misschien wel interessant zijn, maar onleesbaar. Kopen we dus niet.

Op naar Hongshan Park. Dat is een (amusement)park dat op een hooggelegen heuvel ligt, vanwaar je uitzicht hebt over de stad. We komen het park binnen en er gaan meteen allerlei schiettenten aan. Er zijn rondvaartbootjes, een ferriswheel, botsautootjes en een pagode, die bovenop de Hongshan staat. Je kunt er met een kabelbaantje heen, maar wij gaan lopen. Boven op de berg heb je een schitterend uitzicht over de hele stad, die wel wat wegheeft van een heuse metropool. Wij komen bij op een bankje met het uitzicht. Foto's nemen, wat rondhangen en weer afdalen. Het park is een typisch Chinese attractie. Veel herrie, overal fotografen die een foto van je willen maken voor een fontein ofzo. Veel Chinezen doen dat ook. Ze laten zich zelfs in traditionele kledij hijsen om dan op de foto te gaan. Soort Volendammerfoto met pijp zeg maar.


Op een een of andere manier lukt het ons maar niet om van ons geld af te komen. We zijn op zoek naar een supermarkt om stokjes en theekopjes te kopen, maar vinden die niet. Uiteindelijk gaan we zelfs terug naar de bank om geld voor dollars om te wisselen. Daarna weer naar Edgar, die ons verheugd ziet binnenstappen. Redelijk bedreven eten besteld en een tijd gegeten omdat de trein naar Almaty vanavond pas om 23.58 uur vertrekt. Ik begin wat last van mijn darmen te krijgen. Preventief norit en imodium slikken en veelvuldig toiletteren bij het Holiday Inn, waar ze schone zittoiletten hebben. We bivakkeren in de lobby tot het tijd is om onze bagage in het hotel op te halen en richting treinstation te gaan. Ik ledig mijn maag nog een keer en hijs mijn rugzak omhoog. Tijd voor onze laatste treinreis deze reis. We gaan met de Genghis Kahn Express van Urumqi naar Almaty.

Als we op het station aankomen passeert onze bagage moeiteloos de X Ray scan. We nemen plaats op de banken in de enorme wachthal die al snel volstroomt met Russische en Kazachse mensen. Die hebben enorm veel bagage bij zich. Printers, TV's, beeldschermen die hier kennelijk veel goedkoper zijn. Een ware volksverhuizing dient zich aan. Er lopen wat lieden rond die we op het eerste oog minder vertrouwen, dus we letten goed op onze bagage. De imodium doet zijn werk. Ik hoef gelukkig niet meer naar het toilet.
Als de trein aankomt stormt iedereen tegelijk naar voren om zo snel mogelijk al die bagage plaats te geven in de trein. Wij zitten alleen in een 4 persoons coupe. We sluiten onze bagage goed af met de nodige hangsloten en stoppen de rugzakken in de ijzeren opslagplaats onder onze banken. Redelijk op tijd vertrekken we. Lekker smoezelig is het hier. Vies tapijtje, dito banken bedden en sanitair. Gelukkig wordt er beddengoed en een handdoek uitgedeeld. Ik besluit geen gebruik te maken van de dekens. Die gaan vannacht vast naar me grommen. Er volgt nog een paspoortcontrole en dan gaan we slapen. Al slapend worden we vannacht naar de Chinese grens vervoerd. Nog maar een paar uur, en dan zijn we in een ander land.