28 september 2004
Enorm slecht geslapen. Van 22.00 tot 1.00 uur ging nog wel, maar daarna op wat wegdutten na niet meer. Stijve spieren door het harde bed. De temperatuur daalt steeds. De yakdrollen doven langzaam in de kachel. Tegen een uur of zes 's morgens is het nul graden Celcius in de yurt. We zijn blij als de wekker gaat. We hebben wat last van de hoogte, ik voel de druk op mijn longen. Gebroken aan het ontbijt dat de gastvrouw zo aardig voor ons heeft klaargemaakt. Ik laat de geitenmelk met graan maar staan vandaag, en beperk me tot wat kommen thee. Dat kan nooit kwaad.
Timur en Yusup hebben in het busje geslapen en het ding om de twee uur gestart. De chief heeft namelijk gebeld dat het heel koud zou worden 's nachts. Ze hebben wat benzine bij de diesel gedaan om bevriezen te voorkomen. Jan en ik concluderen dat je wel een enorme bikkel moet zijn om hier te kunnen overleven. Nog steeds gebroken de minibus in met onze vriend Norit en een dubbele dosis vitaminen. We rijden naar beneden, de bergen uit, het dal in. Het vreemde is dat je zodra je de schaduw van de bergen uit bent, al weer aardig opwarmt. De zon doet ons allebei goed.

Goed. We zitten dus op de weg naar Torugart. De weg is stoffig, maar de omgeving prachtig. Langzaam zullen we Kyrgyzstan verlaten. Onderweg vullen we wat papieren voor de douane in. Timur geeft aanwijzingen. Niet te veel geld invullen, telefoon en camera's opgeven, voor de rest overal "no" op invullen. Doen we. Langzaam gaan we naar de eerste grenspost. Alleen paspoortcontrole en nog wat documenten die gecheckt worden. Niet veel bijzonders. Voor ons liggen de ijzige bergen, die schitterend zijn. Daar gaan we straks overheen. Het verzoek om een foto van die bergen te maken wordt pas ingewilligd op een strategisch punt, uit het zicht van de douanepost. Het schijnt dat je geen foto's mag maken tussen de grensovergangen.

We rijden zeven kilometer door niemandsland naar de Chinese checkpost, waar ons transport ons zal oppikken. Die blijkt nog niet gearriveerd te zijn. Je kunt pas China in als je transport hebt, dus dat wordt wachten. Kan een uur duren, kan ook twee uur duren. Ligt eraan hoelaat de Chinese checkpost nog verderop opengaat. Het duurt gelukkig niet lang. Na een half uur al meldt zich een Chinees met een Volkswagen Santana. We nemen afscheid van Timur en Yusup en stappen in de Chinese auto. De chauffeur geeft aan weinig Engels te spreken. Hij rijdt als een gek. Na een tijdje stoppen we, omdat we een lekke voorband hebben. Band oppompen via de sigarettenaansteker, en verder rijden. Na vijf minuten toch maar band wisselen. Het chinese landschap is veel droger. De wegen zijn trouwens beter. We beginnen ons na een paar kilometer langzaam af te vragen of we de tweede Chinese grenspost al gehad hebben. Dat blijkt niet zo te zijn. Na ongeveer 70 kilometer is de definitieve grenspost. Daar gaat onze bagage door een scan, worden we gescreend, onze paspoorten gestempeld en kunnen we verder. Onze chauffeur maakt wederom grapjes met de douanebeambten en we mogen overal zo verder. Laatste check bij een slagboom waar we onze paspoorten nog maar weer eens laten zien, en dan zijn we binnen. Welcome to China! Vanaf hier is het nog 60 kilometer naar Kashgar.
We zien de stad liggen zodra we de bergen uitrijden. De chauffeur brengt ons naar Caravan Cafe, waar we een afspraak hebben om de trip naar de Kunjerab Pass te bespreken. In verband met veel werk aan de weg op die route, kan dat wel eens erg lang gaan duren. De eerste dag 12 uur, de tweede dag tot wel 18 uur reistijd. Dat wordt ons een beetje te gortig. We zijn aan slaap toe en hebben een dagje rust nodig. We besluiten de 29e in de stad door te brengen en de 30e naar Karakul (halverwege de route die we aanvankelijk zouden doen) te gaan. De 1e oktober gaan we dan naar Taklamakan en Yarkand. Goeie deal. We boeken het Qhinibagh hotel voor een aantal nachten. Rust! De kamer is chinees, maar erg acceptabel. Bedden zijn goed, er is airco, warm water en het is redelijk schoon. Eerst maar eens even douchen. Mijn stijve spieren zijn me dankbaar voor het hete water.
Vervolgens is het etenstijd. We gaan naar een Uygur restaurant waar ze geen woord Engels spreken. Ze hebben ook geen echte kaart, dus het wordt handen en voetenwerk om uit te leggen wat we willen. Het restaurant blijkt zich te specialiseren in Hot Pot. Dat is een soort kom met bouillon die op een brander geplaatst wordt. In de bouillon zit vlees, en daar bestel je allerlei dingen bij om in de bouillon te koken. Koken klinkt prima. Dan zijn de bacterien tenminste dood. We gaan met de ober naar andere tafels om dingen aan te wijzen. Ja en nee, en we doen een kip na. Bestellen Fan, dat is rijst. Uiteindelijk komt de hele tafel vol groenten etc. te staan. De ober (die we voor het gemak maar weer Edgar noemen) amuseert zich prima met het ons voordoen van de manier waarop we moeten eten. We klooien lustig aan, en krijgen af en toe wat tips. We eten niet alles op. Dat vindt Edgar onbegrijpelijk. Uit zijn woordenmassa maken we het volgende op: "Het merg in die ruggewervels is juist zo lekker! Opeten jongens, daar worden jullie sterk van!". Het zal best Edgar, maar dat is niet aan ons besteed. We moffelen de dingen die we niet willen eten onder servetjes in het afvalkommetje en glimlachen schijnheilig elke keer als Edgar onze tafel passeert. Erg leuke avond gehad, veel gelachen. Vergeten een foto te maken. Moeten dus nog eens terug. Eerst maar eens slapen!

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home