25 september 2004
25 september 2004
Om 7.30 uur gaat de wekker. We soezen kort na, wassen ons (je weet tenslotte nooit meer wanneer je daar de kans voor hebt) en pakken de rugzakken goed in. Klaar voor een nieuwe dag. Om 8.15 roept de gastvrouw ons voor het ontbijt, dat dit keer bestaat uit een hardgekookt eitje, een soort zoete pancakes met abrikozenjam, en een warm tomaatje dat gevuld is met kaas en paprika. We laten de kaas maar voor wat die is, maar de tomaat smaakt best. Tomaten lijken hier in niets op Nederlandse tomaten. Ze zijn vol en zoet van smaakt.
Om 9.00 uur komt er een bescheiden busje de straat in rijden, net als ik het straatbeeld aan het vereeuwigen ben.

Onze gids heet Timur, en hij meldt dat we eerst nog even langs Yusup, de chauffeur moeten om hem op te pikken. Richting Edelweiss dus. Nadat we nog wat laatste tips en trucs van Maxim hebben gehad vertrekken we eerst richting supermarkt voor water, wat bier en kersensap. Het bier (20 flesjes, want met bier maak je vrienden hier) blijkt praktisch al onze som op te slokken. Ongeveer 10$ armer, maar anderhalf krat bier rijker, gaan we op weg naar de bergen. De minibus zit heel comfortabel en de zoon van Yusup reikt onderweg nog wat zakken met appels, pruimen en druiven aan. Zo houden we het wel uit achterin.
Het opruimen van vuilnis gebeurt hier collectief. Met de hele straat wordt afval bijeengeharkt op grote stapels en in de fik gestoken. Tientallen platgereden tomaten op de weg bereiken we de snelweg. Ik blijf me verwonderen over het spectaculaire zicht op de bergen. Aan de ene kant hoog, majestueus en wit getopt, aan de andere kant rood, kaal en dor. Op een gegeven moment rijden we langs een douanepost. Dat blijkt de Kazakstaanse grens te zijn! Kilometers lang rijden we op het randje van Kyrgyzstan. Hoe verder we rijden, hoe dieper we de bergen in gaan. Spectaculair is eigenlijk maar een understatement voor het Tien Shan gebergte. Onderweg zien we iemand zijn auto wassen. Op zich niets bijzonders, behalve dat dat hier gebeurt door je auto half de rivier in te rijden. Lunch bij een verzamelijk kramen en yurts langs de weg. Timur zegt dat ze hier altijd stoppen, vanwege de goede kwaliteit van het eten. Dat vinden we logisch als we het hebben geproefd. Shaslick, rechtstreeks van de BBQ. Supermals, lekker gekruid. Op een bankje aan een tafel, die spiezen voor mijn snufferd, voel ik me God in Kyrgizstan. Wat een schitterend land is dit. Volkomen onbedorven door toerisme. Af en toe zit ik ademloos in de minibus, met mijn ogen geplakt aan het raam om maar zoveel mogelijk van dit verbazende land in me op te nemen.
Na een hele tijd zien we een blauwe streep aan de horizon. Issyk Kul!

Langs de weg staan steeds meer kraampjes. Men verkoopt daar appels, tomaten en vis. De vis wordt gevangen in het meer, dat het tweede grootste bergmeer terwerd is. Het zou ongeveer 708 meter diep zijn. Volgens de Kyrgyzen is het echter veel dieper. Het zo de warme kern van de aarde raken. De Lonely Planet meldt dat er inderdaad wat thermische activiteit in het meer is. Daarnaast is het licht zout, en daarom bevriest het ook nooit. We rijden naar Cholpon Ata, waar we rotstekeningen gaan bekijken die van voor 800 vC zijn. Het is een bizar landschap met allemaal stenen die daar dus al eeuwen liggen. We hebben nog geen stap op het terrein gezet, of er komt al iemand aan die 50 som wil collecteren. Wij wijzen braaf naar Timur, die betaalt. Maar goed ook, want al ons geld is dus in bier gaan zitten. Ik begrijp dat er een route langs de stenen moet zijn (wel drie, blijkt later) maar ik kan niets ontdekken. Soms begrijp ik niets van de Russische bordjes, die dan aangeven dat er iets belangwekkends te zien is, terwijl ik niets kan ontdekken. Gelukkig ontdek ik wel mooie steenbokken!
Het hotel, Royal Beach, blijkt direct aan het meer te liggen. Een soort 5* resort voor rijke Kazakse en Russische stinkerds. Daar staan we dan. In de lobby met onze stoffige wandelschoenen en rugzakken. Het voltallige personeel staat ons uitgelijnd langs de trap op te wachten. Ik voel me als een verwende Amerikaan. Onze kamer blijkt wel heel luxe. Compleet met (nep) lederen fauteuils, koelkast, televisie en luxe badkamer. Dat kun je niet echt meer backpacken meer noemen. We kleden ons om, pakken wat spullen en zoeken een rustig plekje op om in het meer te zwemmen. Zwemkleding hebben we niet bij ons, dus we gaan in ons ondergoed. Ik maak me een beetje zorgen over de wet T-shirt vertoning die dat zal geven, en besluit uiteindelijk niet te gaan zwemmen. Jan doet dat wel. Het is een mooi gezicht om hem tegen de achtergrond van het Tien Shan te zien zwemmen. In dat koude water! Jan is Iezig Cool. We drinken een biertje (door Jan met nagelschaartje ontkurkt) aan het meer en relaxen.


Aan het eind van de middag, begin avond, gaan we even op het aangelegde strand en de pier kijken. Hier en daar een rijke stinkerd met drank. Even naar de kamer en daarna terug voor de zonsondergang. De lucht kleurt roze, paars en violet boven de bergen. Het is een erg mooi gezicht. Daarna lopen we langzaam naar het restaurant, waar alle gasten al braaf staan te wachten tot het opent. Binnen loopt veel personeel. Edgar is een jonge bediende. Waarschijnlijk medewerker van de maand, want hij is de enige met een badge. We eten vooraf salade (komkommer, paprika en tomaat) en daarna krijgen we een bijgerecht dat bestaat uit warme rijst, een beetje pilav achtig. Het bijgerecht blijkt het hoofdgerecht te zijn. Na het bijgerecht wachten we nog een tijdje op het hoofdgerecht, maar er komt helemaal niets meer. Dan drinken we nog maar wat thee. We worden vermaakt door Kyrgyzische gasten die vermoedelijk een 12,5 jarige trouwdag vieren. Het paar wordt veelvuldig toegezongen en gesproken. Hoewel niet te verstaan, klinkt het gezang goed. Dat vindt de familie kennelijk ook, en dus doet de man nog een paar liedjes. Ondertussen wordt het ene na het andere tafeltje verlaten na de rijst. Naar de hotel kamer dan maar... slapen..

0 Comments:
Een reactie posten
<< Home