donderdag, oktober 07, 2004

7 oktober 2004

Weer vroeg opgestaan. Om 8.30 uur worden we verwacht bij het CITS, voor de tour langs 8 prachtige spots, waar we nu al van weten dat we er maximaal 3 echt zullen bezichtigen. Sjaggeraar Achmed staat ons met een grote smile op te wachten bij het gebouw. Hij probeert nog even te weten te komen of de rit van 350 yuan naar een andere bijzondere bezienswaardigheid nog door gaat. Deze heeft hij ons gisteren geprobeerd aan te smeren, maar wij hebben hem nog steeds geen antwoord gegeven. Ook nu laten wij hem onwetend. Het busje staat klaar. Het is een omgebouwd volkswagenbusje (nou ja, soort van) waar met flink wat proppen toch wel 14 mensen in kunnen. We proppen ons ergens tussen, maar mijn benen kunnen nergens anders heen dan het gangpad in. Dat is niet echt comfortabel ziet Achmed. Hij regelt een plekje achter de chauffeur voor ons (hij moet tenslotte die 350 yuan nog zien te verdienen..). Nog niet comfortabel, maar wel stukken beter.
Eerste stop: De Emin Minaret en moskee. De minaret is in Afghaanse stijl gebouwd in 1777 om de lokale bestuurder van die tijd, Emin Hoja, te herdenken. Het is een 44 meter hoge minaret die schuin omhoog loopt naar de top. We weten al dat de bijbehorende moskee helemaal leeg is. Er is behalve het gebouw aan de buitenkant, binnen niet veel te zien. Foto's genomen van de buitenkant, maar dus niet naar binnen gegaan. 40 Yuan bespaard!


Tweede stop: Bezeklik Thousand Buddha Caves. Rond deze bezienswaardigheid is een groot spektakel gebouwd om de hordes toeristen naar binnen te leiden. Wij passeren, want we hebben al gelezen en gehoord dat de grotten in verschrikkelijke conditie zijn. De meeste zijn verwoest door moslims. Diegenen die er nog zijn zijn leeggeroofd. Wij kijken liever de andere kant op, naar de Flaming Mountains. Die lijken van geboetseerd zand te zijn, in grillige ribben. Als de zon er op schijnt kleurt het zand rood en lijken ze te gloeien. Daar hebben ze dan ook hun naam aan te danken. Mooi gezicht. We lopen even rond en genieten van het uitzicht. 40 Yuan bespaard!

Derde stop: nog meer grotten. Ook niet aan ons besteed. Wederom 40 yuan bespaard!
Vierde stop: Astana graves. Deze graven liggen ten Oost-westen van de oude stad Gaochang. Er zijn er maar drie open voor toeristen. De inhoud van de graven is verplaatst naar het museum in Urumqi. Er is niet veel te zien hebben we gehoord. We slaan dus nog een rondje over. Weer 40 yuan bespaard!
Vijfde stop: Gaochang Ruins. Gaochang is een oude Uygurstad die dateert uit de 7e eeuw (Tang Dynasty) en zeer de moeite waard om te bezoeken. Al in die oude tijd was de stad een belangrijke handelspost op de zijderoute. Je kunt de muren nog heel duidelijk zien. Ooit waren die een metertje of 12 dik en omheinden de hele stad (6 kilometer lang). In het zuidwesten van de stad staat nog steeds het klooster van de stad. Het is een wonderlijk schouwspel om de ruines grillig tegen de blauwe lucht te zien afsteken. Bij de ingang staan hordes ezelkarren. De bemanning daarvan roepen en masse tegen de toeristen dat het veel te warm is om naar het klooster te lopen en bovendien ook veel te ver (6 kilometer). Het is een vreemd idee om te weten dat voor onze fameuze Romeinse beschaving, hier al mensen leefden die een uitermate productief en lucratief handelskanaal aan de zijderoute hadden. De stad moet enorm zijn geweest. Vol leven en handel. We nemen veel foto's en negeren alle lieden die: "HEY HALLO! DONKEYTAXI?" gillen. Nee, dank u, wij lopen gewoon. Dat vinden Chinezen onbegrijpelijk. Ze blijven dan ook een groot deel van de route die je gaat om je heen hangen, terwijl ze steeds roepen dat je vooral op de kar moet gaan zitten. Wij lopen kriskras door de stad heen, ontwijken ze zoveel mogelijk en genieten.

Weer in de bus en naar de volgende attractie.
Zesde stop: Grape Valley: Het is bijna lunchtijd en dat komt mooi uit met de volgende attractie. We lunchen namelijk in Grape Valley. Jan en ik hebben gehoord dat er een goedkopere tour is die net zo goed is als de duurdere tour, die 60 yuan kost. Bij het loket blijkt dat die niet bestaat. Wij zijn niet van plan om 60 yuan voor deze attractie te betalen. We worden toch verzocht plaats te nemen in de bus, vanwege de lunch. Prima. We lunchen met een soort nasi, veel druiven, die erg lekker zijn, rozijnen en watermeloen. De Chinezen hebben allemaal de tour genomen en storten zich na de lunch op de attractie. Dat valt ze kennelijk vies tegen. Zoveel is er niet te zien. Zelfs de Chinezen zijn de uitmelkerij nu zat. Een ervan vertelt ons dat wij gelijk hebben dat we zo selectief zijn. Ze slaan 3 van de 5 stops in Grape Valley nu over. Dat schiet lekker op, als we verder rijden.
Zevende stop: Karez. Karez staat voor het specifieke irrigatiesysteem dat je overal in de provincie Xinjiang (maar ook in Afghanistan en Iran) tegenkomt. Daar hoef je niet voor naar een speciale attractie toe. Gewoon even buiten Turpan kom je het systeem overal tegen. Wij besparen dus weer 40 yuan, maar de Chinezen doen dat ook. Ze hebben nergens zin meer in.
Achtste stop: Jiaohe Ruins. Tijdens de rit naar Jiaohe Ruins doet de chauffeur een rondje om te informeren wie er naar Jiaohe wil. Wij willen dat wel, maar de Chinezen niet. Omdat wij wel willen rijden we er toch heen. Tijdens de Han dynasty is de stad als een oude vesting gebouwd. De gebouwen hier zijn duidelijker als bij Gaocheng. Je kunt hier echt door straatjes wandelen. Er is nog altijd een oud klooster dat je kunt bezoeken. De stad is minder indrukwekkend dan Gaocheng, maar leuk om te zien. Jenghiz Khan heeft hier tijdens zijn "Jenghiz komt naar u toe dit tijdperk-show" aardig huisgehouden. De Chinezen buiten de plek nu lekker uit. Er zijn veel sjaggeraars. Uiteindelijk hebben we voor de totale tour (voor twee personen) 200 yuan betaald, inclusief lunch. Dat hadden er 260 p.p kunnen zijn.

Terug in het hotel vlug opfrissen en naar Johnny om te eten. Daar kletsen we wat over het vervolg van onze reis met een andere reiziger en krijgen we een teleurstellende mededeling. Heavenly Lake, de volgende stop op onze route, blijkt niet zo heavenly als gedacht. De Chinezen hebben de plek vol gedonderd met kermisattracties en grote boxen en scheuren nu met speedboten over het meer heen. Tegen vijf uur 's middags vertrekken de meeste tourbussen en is het meer weer rustiger. Daar hebben we geen zin in. Iets anders verzinnen dan maar.
We kletsen een groot deel van de avond met een Duitser die economie en filosofie in Bayreuth studeert. Gezellige avond, waar Achmed, de sjaggeraag, ook nog even langskomt. Of het ritje van 350 yuan naar een andere oude stad nog door gaat. Na wat sonderende vragen van onze kant (how much is the entrance fee?) concluderen we dat 350 yuan veel te veel is en dat delen we hem ook mee. We zeggen hem dat hij, als hij zaken wil doen, wel met een eerlijke prijs moet komen. Hij zakt naar 300. Dat vinden we nog te veel en dan zakt hij naar 250. "No go Achmed". Jammer voor je. Hij geeft niet op, en stelt voor om andere mensen te zoeken, zodat de ritprijs gedeeld kan worden. Daar reageren we niet afwijzend op (maar ook niet enthousiast). Even later komt hij met het voorstel om de halve tour van vandaag nog eens over te doen. We kijken hem zuchtend aan en zeggen gedecideerd dat we er geen zin meer in hebben. Uiteindelijk geeft hij op.

Er zijn veel (oudere) Amerikanen hier. Veel "I want this" en "Bring me that" volk. Vervelend. Een groepje vervelende oudere Amerikaanse lesbiennes (spaarpotten) komt informeren of we geinteresseerd zijn in rechtstreeks vervoer naar Heavenly Lake. Zij gaan er 1000 yuan voor betalen. We proberen uit te leggen dat wij gehoord hebben dat dat misschien zonde van het geld is, maar Amerikanen blijven Amerikanen. Stronteigenwijs. Hoedanook: tijdstechnisch is dat voor ons een slechte optie en zeikerdtechnisch zeker. We passeren het oh zo genereuze aanbod, drinken nog wat en gaan naar bed.